Kartini Thomas PH

"I hope my sculptures encourage people to feel more playful and relaxed about being human."

Kartini Thomas bekleedt een bijzondere positie in de hedendaagse keramiek. Haar praktijk wortelt in een wereld van monsters, microbiologie en modulaire speelgoedvormen; een universum dat zij oproept met evenveel wetenschappelijke nauwkeurigheid als kinderlijke verwondering. Werkend in klei boetseert zij landschappen bevolkt door hybride wezens die de grens vervagen tussen het vertrouwde en het fantastische, het biologische en het culturele, het mooie en het afstotelijke.

 

Thomas' artistieke vocabulaire is onlosmakelijk verbonden met haar persoonlijke geschiedenis. Opgegroeid in Zuidoost-Azië en de Antipoden, als dochter van antropoloog-ouders, werd zij van jongs af aan omgeven door een multiculturele wereld vol goden, godinnen, demonen en geesten. Deze vroege vertrouwdheid met de diversiteit van menselijke symbolische werelden - en de vloeiende grenzen tussen natuur, cultuur en het sacrale - vormt de verbeeldingsbedding van haar praktijk. Later brachten haar studies en werk als biologe haar in aanraking met het even fantastische rijk van het microscopische en macroscopische leven, een invloed die in elke vorm en elk oppervlak dat zij creëert zichtbaar is.

 

Haar keramische proces is minutieus en gelaagd. Meerdere braksels op verschillende temperaturen, gecombineerd met een rijke wisselwerking van glazuren, clazes en engobes, produceren oppervlakken van uitzonderlijke texturele verscheidenheid; van poederachtig mat tot stralend, bijna metaalachtige glans. De resultaten zijn nooit voorspelbaar: Thomas beschrijft haar proces als een soort worsteling met de klei, waarbij zij bewust de spanning handhaaft tussen technische beheersing en naïeve experimenten, tussen controle en overgave. Deze productieve onzekerheid is voor haar de plek waar de meest vitale creatieve energie leeft.

 

Veel van haar stukken zijn modulair, onderdelen kunnen worden verwijderd, uitgewisseld en opnieuw gecombineerd om nieuwe wezens te scheppen, waarbij bilaterale en radiale symmetrie worden benut om de diepe structurele logica van levende organismen te weerspiegelen. Andere stukken zijn versierd met uitgebreide 'tatoeages' in kobaltblauwe glazuur, een materiaalkeuze met grote historische betekenis: kobalt siert door de eeuwen heen de keramiek van Nederlandse, Chinese, Turkse, Spaanse, Portugese en Japanse tradities. In Thomas' handen wordt deze historische resonantie geactiveerd als meditatie over culturele uitwisseling, subcultuur en de opbouw van persoonlijke mythologieën.

 

De wezens die uit Thomas' atelier komen zijn, in haar eigen woorden, 'prototypen of protozoa, bevrijd van conventionele ideeën over identiteit, het gevoel ergens bij te horen, schoonheid en afkeer.' Ze zijn noch louter bedreigend, noch volkomen goedaardig. Ze bewonen een ruimte die men in de hedendaagse theorie zou kunnen aanduiden als 'andersheid'; een toestand van verschil die noch geassimileerd noch uitgesloten is, maar in productieve spanning gehouden wordt. Door de kijker uit te nodigen de rol van de gekke wetenschapper op zich te nemen - om te verkennen, te herschikken en opnieuw in te beelden - maakt Thomas van haar werk een open voorstel over wat leven, identiteit en verbondenheid nog zouden kunnen zijn.

 

Thomas' werk wordt gedragen door een geest van ondeugende spel en remix. Haar ambitie, zoals zij die zelf heeft omschreven, is het wekken van een 'vrolijke, vage, inclusieve nieuwsgierigheid'; een openheid voor de vreemdheid van de wereld, biologisch én cultureel. Het is een ambitie die haar werk met strengheid, vernuft en onbetwistbare visuele intelligentie vervult.